In het voorjaar naar het eeuwenoude Pfälzerwald, met ontluikend groen in wel vijftig verschillende tinten. Niet te vergelijken met onze Nederlandse bossen. Allereerst de enorme hoogteverschillen, en daarnaast de indrukwekkende hoge loofbomen en hier en daar een spar. Waar de bergen je al nietig doen voelen, geldt dat net zo goed voor deze bossen: een overweldigende natuur, met prachtige paden en uitstekend bewegwijzerde routes.
We logeerden in het ruim honderd jaar oude natuurvriendenhuis Finsterbrunnertal, vlak bij Kaiserslautern. Iedere ochtend genoten we van een heerlijk ontbijt en ’s avonds stond er een eenvoudige 3-gangen maaltijd voor ons klaar. De auto kon blijven staan, want de meeste wandelingen begonnen direct vanuit het huis in het dal. Dat betekende wel dat je altijd met een stijging begon — zeg maar gerust een lekkere warming-up.
Vaak zaten we in de namiddag op het terras, waar we samen met andere voorbijgangers genoten van een Duits drankje. In het souterrain hadden we onze eigen ruimte; daar planden we de routes voor de volgende dag, lazen een boek of speelden we een spelletje.
Een hoogtepunt was de tocht door de kloof Karlstalschlucht, met steeds weer bruggetjes over de beek, talloze bronnen en indrukwekkende rotspartijen. De route rond Krickenbach bood prachtige vergezichten en voerde langs een mooie kunstroute. Ook was er een wandeling met gids die, ondanks de regen, veel belangstelling trok.
Hoogteverschillen van 300 tot 500 meter waren aan de orde van de dag. Niet te vergeten de gezellige kunstmarkt in het gehucht Unterhammer, waar allerlei kunstnijverheidsproducten werden verkocht. Het trof dat het die dag prachtig weer was, waardoor velen van ons zich lieten verleiden tot een reusachtige ijscoupe.
We hebben fantastisch weer gehad: af en toe een buitje, maar meestal een aangename wandeltemperatuur en zelfs enkele warme dagen.
Het was opnieuw een heerlijke reis.